ECLI:NL:CRVB:2008:BD0065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WW-uitkering ondanks vermeende verrekening
Appellant ontving uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet (WW) en de Toeslagenwet (TW). Het UWV maakte door een verstoring in het betalingssysteem over de periode van 7 november 2005 tot en met 18 december 2005 tweemaal een bedrag van bruto €1.570,05 over aan appellant. Het UWV vorderde dit bedrag terug.
Appellant stelde dat reeds een bedrag van €407,05 was verrekend met zijn lopende uitkering, waardoor het terug te vorderen bedrag lager zou moeten zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat deze vermeende verrekening slechts een boekhoudkundige herberekening betrof en niet had geleid tot daadwerkelijke inhouding op de uitkering.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad stelde vast dat het bedrag van €407,05 onderdeel was van een theoretische herberekening vanwege onterecht uitbetaalde wachtdagen in het kader van de Ziektewet, maar dat dit niet leidde tot daadwerkelijke verrekening. Het UWV was daarom terecht gehouden het volledige bedrag van bruto €1.570,05 terug te vorderen.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bruto €1.570,05 wordt bevestigd.