ECLI:NL:CRVB:2008:BD0160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.L.M.J. Stevens
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Centrale Raad van Beroep inzake sociale voorzieningen KNIL-militairen
Appellanten, voormalige militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en hun nagelaten betrekkingen, dienden herhaalde aanvragen in bij de minister van Buitenlandse Zaken voor sociale voorzieningen en betalingen zoals die golden tot 1950. Na het niet tijdig beslissen op deze aanvragen verklaarde de minister de bezwaren niet-ontvankelijk. De rechtbanken Dordrecht, Arnhem en Almelo verklaarden de beroepen van appellanten ongegrond en verwezen hen voor hoger beroep naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS).
Appellanten stelden dat zij militair ambtenaar zijn in de zin van de Militaire Ambtenarenwet 1931 (MAW) en dat de Centrale Raad van Beroep bevoegd is om hun hoger beroep te behandelen. De Raad overwoog dat appellanten geen militair ambtenaar zijn zoals bedoeld in de MAW en dat de besluiten niet zien op ambtenaren of hun nagelaten betrekkingen in de zin van de Ambtenarenwet en Beroepswet. Daarom is de Centrale Raad van Beroep niet bevoegd om kennis te nemen van deze geschillen.
De Raad bevestigde eerdere uitspraken waarin dit standpunt werd ingenomen en verklaarde zich onbevoegd. De rechtbanken hebben terecht verwezen naar de ABRS. Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 27 maart 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep van voormalige KNIL-militairen en hun nagelaten betrekkingen.