ECLI:NL:PHR:2012:BY3956
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen uitspraak administratieve rechter
Eisers hebben bij de minister van Buitenlandse Zaken verzocht om sociale voorzieningen op grond van het dienstverband van hun vader/grootvader bij het voormalig KNIL. De minister wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Eisers stelden beroep in bij de rechtbank, die de zaak naar de bevoegde rechtbank te Arnhem verwees. De rechtbank Arnhem oordeelde dat zij bevoegd was omdat de (groot)vader geen militair ambtenaar was in de zin van de Militaire Ambtenarenwet 1931, en wees het beroep ongegrond wegens ontbreken van een publiekrechtelijke grondslag.
Eisers stelden vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen deze uitspraak, met het verzoek de zaak terug te verwijzen naar de rechtbank te 's-Gravenhage, kamer voor militaire zaken. De Hoge Raad oordeelde dat hoewel formeel sprake is van bevoegdheid tot het geven van een beslissing op het cassatieberoep, materieel de Hoge Raad niet bevoegd is kennis te nemen van cassatie tegen uitspraken van de rechtbank als administratieve rechter, tenzij bij wet anders is bepaald.
Omdat geen wet bestaat die de Hoge Raad materiële bevoegdheid geeft in deze bestuursrechtelijke zaak, verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ging niet in op de inhoudelijke argumenten van eisers.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan materiële bevoegdheid van de Hoge Raad.