ECLI:NL:CRVB:2008:BD0244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAZ-uitkering ondanks eerdere verrekening en afwezigheid dringende reden
Appellant heeft tegen het besluit van het UWV beroep ingesteld vanwege terugvordering van onverschuldigd betaalde WAZ-uitkeringen over de periode 1997 tot 2002. Eerder waren herzieningsbesluiten en terugvorderingsbesluiten vernietigd, maar een nieuw herzieningsbesluit uit 2001 kreeg formele rechtskracht omdat appellant daartegen geen bezwaar maakte.
Het UWV had de uitkeringen deels verrekend met eerder vastgestelde schulden, maar appellant betwistte de rechtmatigheid van de terugvordering en stelde dat de uitkeringen niet daadwerkelijk aan hem waren uitbetaald. Ook voerde appellant aan dat er dringende redenen waren om af te zien van terugvordering.
De Raad overwoog dat appellant sinds maart 1996 zijn volledige uitkering onder protest beschikbaar stelde voor de terugbetaling van de schulden. Omdat het herzieningsbesluit formele rechtskracht heeft verkregen, is de terugvordering gerechtvaardigd. Er zijn geen dringende redenen aangetoond die een terugvordering onaanvaardbaar maken. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de onverschuldigd betaalde WAZ-uitkering bevestigd.