ECLI:NL:CRVB:2008:BD0456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing terugwerkende kracht bijstandsverlening wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant diende een aanvraag in voor bijstand met terugwerkende kracht vanaf 27 augustus 2001. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage wees deze aanvraag af, behalve vanaf 6 februari 2004, de datum van de verblijfsvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het College terecht geen bijstand heeft toegekend voor de periode vóór 6 februari 2004, omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat bijzondere omstandigheden, zoals het maken van schulden voor levensonderhoud, aanwezig waren. De overgelegde schuldbekentenis was onvoldoende overtuigend en er ontbrak bewijs van omwisseling van valuta.
De Raad bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De aanvraag voor bijstand met terugwerkende kracht wordt afgewezen voor de periode vóór 6 februari 2004.
Uitkomst: De aanvraag voor bijstand met terugwerkende kracht vóór 6 februari 2004 wordt afgewezen en het beroep wordt ongegrond verklaard.