ECLI:NL:CRVB:2008:BD0550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde dat haar fysieke en geestelijke gezondheid was verslechterd en dat haar beperkingen door het UWV waren onderschat, onderbouwd met een psychologisch rapport van april 2006. Zij voerde aan dat haar depressie was verergerd door persoonlijke omstandigheden en dat zij niet kon werken vanwege energiegebrek en samenwerkingsproblemen.
De Raad overwoog dat het rapport van psychologe Schweig geen waarde heeft voor de datum in geschil, 21 februari 2005, omdat het onderzoek ruim een jaar later plaatsvond. Bovendien bleek uit de medische informatie dat appellante op die datum wel in staat was haar functie of vergelijkbare functies uit te oefenen met minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de WAO-uitkering per 21 februari 2005 wordt bevestigd.