ECLI:NL:CRVB:2008:BD0826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing arbeidskundige beoordeling
Appellante, die een WAO-uitkering ontving vanwege lage rug- en stuitklachten en psychische klachten, kreeg haar uitkering ingetrokken omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank had het besluit van het UWV bevestigd, waarbij werd aangenomen dat appellante geschikt was voor bepaalde functies.
In hoger beroep betwistte appellante de medische grondslag en stelde dat ook psychische beperkingen niet waren erkend. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling van het UWV, gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen en psychiatrische specialisten, voldoende was en dat er geen aanwijzingen waren voor psychische stoornissen die tot beperkingen leidden.
Wel werd geoordeeld dat de arbeidskundige beoordeling onvoldoende was onderbouwd, omdat het UWV niet adequaat had toegelicht hoe de belastingen van de geselecteerde functies zich verhielden tot de beperkingen van appellante. Na overlegging van aanvullende arbeidsdeskundige rapporten door het UWV werd alsnog vastgesteld dat de functies passend waren.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens ondeugdelijke arbeidskundige onderbouwing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.