ECLI:NL:CRVB:2008:BD0924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- B.M. van Dun
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdelijke gedeeltelijke weigering WW- en bovenwettelijke uitkering na eervol ontslag wegens ongeschiktheid
Betrokkene was sinds 1994 werkzaam bij de Sociale Dienst van Amsterdam en kreeg per 15 augustus 2004 eervol ontslag wegens ongeschiktheid. Naar aanleiding hiervan vroeg zij een WW-uitkering en bovenwettelijke uitkering aan. Het Uwv en appellant legden een maatregel op wegens verwijtbare werkloosheid, waardoor de uitkeringen tijdelijk werden verminderd. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze maatregelen en stelde beroep in wegens niet tijdig beslissen op bezwaar.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en vernietigde de besluiten tot gedeeltelijke weigering van de uitkeringen, omdat onvoldoende feitelijke grondslag bestond voor verwijtbare werkloosheid. Appellant ging in hoger beroep en handhaafde zijn standpunt. De Raad overwoog echter dat het ontslagbesluit inmiddels was herroepen, waardoor betrokkene niet werkloos was geworden en de grondslag voor de weigering van uitkeringen was vervallen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, vernietigde de veroordeling tot schadevergoeding en oordeelde dat geen aanspraak bestond op nabetaling van de uitkeringen of wettelijke rente. Tevens veroordeelde de Raad appellant tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De Raad vernietigt de veroordeling tot schadevergoeding en bevestigt de overige onderdelen van de uitspraak, waarbij appellant wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.