ECLI:NL:CRVB:2008:BD0938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- H.G. Rottier
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Toekenning gedeeltelijke WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als schoonmaakster/verzorgende, viel in 2003 uit wegens rugklachten en kreeg aanvankelijk geen WAO-uitkering toegekend vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na een nieuwe uitval in 2004 en medisch onderzoek werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op circa 50%, waarop het UWV een gedeeltelijke WAO-uitkering toekende.
De rechtbank bevestigde dit besluit, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellante onvoldoende medische onderbouwing had geleverd voor volledige arbeidsongeschiktheid. In hoger beroep overlegt appellante aanvullende informatie, waaronder een latere herbeoordeling die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid vaststelde.
De Raad concludeert dat de eerdere medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende is en dat de latere verhoging pas na de bestreden datum is vastgesteld. Wel acht de Raad dat in hoger beroep de gewenste onderbouwing is gegeven, waardoor het bestreden besluit wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen ervan in stand blijven. Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen.