ECLI:NL:CRVB:2008:BD0999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.C. Bruning
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid op medische gronden na zorgvuldig herplaatsingsonderzoek
Appellante was sinds 1982 werkzaam bij de rechtbank ’s-Gravenhage en kon vanaf 2001 haar functie wegens ziekte niet volledig uitoefenen. Na een periode van arbeidsongeschiktheid en gedeeltelijke werkhervatting, heeft het bestuur op grond van artikel 98 ARAR Pro besloten tot ontslag wegens ongeschiktheid op medische gronden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stond centraal of het herplaatsingsonderzoek voldoende zorgvuldig was en of het bestuur in redelijkheid gebruik had gemaakt van zijn ontslagbevoegdheid. Appellante stelde dat het negatieve advies van de arbeidsdeskundige van het UWV ten onrechte niet was meegewogen en dat het bestuur had moeten onderzoeken of deeltijdontslag mogelijk was.
De Raad oordeelde dat het bestuur slechts gehouden was het oordeel van een UWV-arts te vragen en dat dit oordeel positief was over de voorwaarden voor ontslag. Het herplaatsingsonderzoek was zorgvuldig, waarbij de Raad het standpunt van de arbeidsdeskundige volgde dat appellante niet in staat was haar volledige functie te vervullen, ook niet deeltijds. Een verzoek om herplaatsing in een andere functie werd buiten beschouwing gelaten omdat dit buiten de processcope viel.
De Raad vond geen aanwijzingen voor misbruik van bevoegdheid en wees erop dat de ontslagdatum gunstiger was vastgesteld voor appellante. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag wegens ongeschiktheid op medische gronden en verklaart het beroep ongegrond.