ECLI:NL:CRVB:2008:BD1018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- B.M. van Dun
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit terugvordering bovenwettelijke werkloosheidsuitkering wegens onduidelijkheid dubbele uitkering
Appellante werd eervol ontslagen uit haar tijdelijke aanstelling bij de politie en ontving daarop een WW-uitkering en een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering (Bbwp). Twee toekenningsbesluiten voor de Bbwp werden genomen met verschillende bedragen, waarvan appellante aannam dat het tweede besluit een correctie was op het eerste. Later werd een herzieningsbesluit genomen waarin werd vastgesteld dat appellante teveel uitkering had ontvangen en werd een bedrag teruggevorderd.
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening en de terugvordering, maar de rechtbank verklaarde haar beroep niet-ontvankelijk en ongegrond, mede omdat zij geen aanvullende gronden tijdig had ingediend. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de rechtbank appellante onaanvaardbaar weinig tijd had gegeven om haar gronden aan te vullen, waardoor het recht op een eerlijk proces was geschonden.
De Raad beoordeelde vervolgens zelf het bestreden besluit en stelde vast dat het voor appellante niet redelijkerwijs duidelijk was dat zij een dubbele uitkering ontving. De specificaties van betalingen waren onduidelijk en wisselend, waardoor appellante niet kon begrijpen dat zij onterecht teveel had ontvangen. De Raad vernietigde het besluit tot terugvordering en beval de korpsbeheerder een nieuw besluit te nemen met aandacht voor een eventuele schadevergoeding. Tevens werd de korpsbeheerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering wordt vernietigd omdat appellante niet redelijkerwijs kon begrijpen dat zij een dubbele uitkering ontving.