ECLI:NL:CRVB:2008:BD1172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorschot WW-uitkering en kostenvergoeding bezwaar
Appellant was als chauffeur werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van december 2005 tot juni 2006 en werd op staande voet ontslagen in januari 2006. Het UWV weigerde een voorschot op de WW-uitkering omdat werd verwacht dat de kantonrechter zou bepalen dat het dienstverband niet was beëindigd en appellant dus niet werkloos was.
Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond en wees ook het verzoek om vergoeding van de kosten in bezwaar af. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat er geen sprake was van herroeping van het primaire besluit wegens onrechtmatigheid.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onzorgvuldig en onrechtmatig had gehandeld bij het primaire besluit, wat gevolgen zou moeten hebben voor de vergoeding van de kosten in bezwaar. De Raad oordeelde echter dat het UWV terecht het verzoek om kostenvergoeding had afgewezen omdat het primaire besluit niet was herroepen wegens onrechtmatigheid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 2 april 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het voorschot en de kostenvergoeding bevestigd.