ECLI:NL:CRVB:2008:BD1173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding kosten bezwaar bij afwijzing WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Appellant was als chauffeur werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en werd op staande voet ontslagen. Hij vroeg een WW-uitkering aan, die het UWV bij besluit van 5 juli 2006 geheel weigerde wegens verwijtbare werkloosheid. Later werd het ontslag op staande voet teruggedraaid en werd de arbeidsovereenkomst per 9 juni 2006 beëindigd, waarna appellant alsnog een WW-uitkering kreeg toegekend.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van 5 juli 2006 en verzocht tevens om vergoeding van de kosten die hij in verband met de bezwaarprocedure had gemaakt. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond en wees de kostenvergoeding af. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarna appellant in hoger beroep ging.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de kostenvergoeding alleen verschuldigd is indien het primaire besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Omdat appellant pas na het primaire besluit bewijs overlegde dat het ontslag was teruggedraaid en het UWV het loon tot de nieuwe einddatum had doorbetaald, was geen sprake van een aan het UWV te wijten onrechtmatigheid. Daarom is het verzoek om kostenvergoeding terecht afgewezen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.