ECLI:NL:CRVB:2008:BD1214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening WAZ-uitkering met bijstandsuitkering en renteherberekening
Appellant stelde beroep in tegen besluiten van het UWV betreffende de nabetaling van zijn WAZ-uitkering over de periode 1988-2000 en de berekening van de rente hierover. De rechtbank Amsterdam had het beroep deels gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen over de rente.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde of de verrekening van de WAZ-uitkering met de van de Gemeentelijke Sociale Dienst ontvangen bijstandsuitkering correct was. De Raad oordeelde dat het UWV het bedrag van de bijstand volledig mocht verrekenen met de WAZ-uitkering, conform geldende regelgeving en dat de berekening van het resterende bedrag juist was.
Ten aanzien van de rente over het resterende bedrag stelde appellant dat de rente per maand verrekend had moeten worden en dat een hoger bedrag als grondslag diende. De Raad oordeelde dat de renteberekening van het UWV juist was, inclusief rente op rente, maar dat het nieuwe besluit over de rente niet stand hield omdat het niet uitging van het juiste bedrag als grondslag. Daarom werd dat besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuwe renteberekening te maken.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant werd vergoed. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarmee het beroep deels gegrond werd verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de correcte verrekening van de WAZ-uitkering en vernietigt het besluit over de renteberekening, met opdracht tot nieuwe berekening.