ECLI:NL:CRVB:2008:BD1216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming ziektekosten zelfstandige na beëindiging verplichte verzekering
Appellant, naast ambtenaar ook zelfstandig ondernemer, was sinds 9 april 2001 verplicht verzekerd onder de Ziekenfondswet (Zfw). Hierdoor werd zijn tegemoetkoming ziektekosten op grond van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel (Btzr) beëindigd. Een bezwaar tegen deze beëindiging werd ingetrokken. Na een publicatie over een gerechtshofarrest diende appellant een aanvraag in voor tegemoetkoming vanaf de datum van beëindiging, welke door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat er sprake was van ongerechtvaardigde ongelijke behandeling en beriep zich op de Grondwet en internationale verdragen. De Raad oordeelde dat de minister bij zorgvuldige belangenafweging terecht tot afwijzing kwam. De Raad verwees naar eerdere rechtspraak waarin werd bevestigd dat het onderscheid tussen zelfstandigen verplicht verzekerd onder de Zfw en anderen gerechtvaardigd is vanwege het sociale karakter van de verzekering en het solidariteitsbeginsel.
Verder stelde de Raad vast dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening van het oorspronkelijke besluit rechtvaardigen. Ook werd geen strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen vastgesteld. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag tot tegemoetkoming ziektekosten na beëindiging van de verplichte verzekering.