ECLI:NL:CRVB:2008:BD1287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering en maatmaninkomen zonder aanpassing voor bedrijfssparen en golfclublidmaatschap
Appellant, een advocaat die sinds maart 1997 werkzaam was bij een advocatenkantoor, meldde zich ziek wegens hartklachten en kreeg per 25 september 2002 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55%. Later werd zijn uitkering herzien naar 35-45% arbeidsongeschiktheid.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij 20 uur per week werkte en dus slechts 50% arbeidsongeschikt was. Tevens stelde hij dat het maatmaninkomen aangepast moest worden vanwege bedrijfssparen en een vergoeding voor het lidmaatschap van een golfclub. De rechtbank had dit reeds afgewezen en de Raad bevestigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat het maatmaninkomen wordt vastgesteld op basis van het inkomen dat appellant verdiende vóór het intreden van arbeidsongeschiktheid, geactualiseerd en geïndexeerd naar de relevante data. Wijzigingen na de eerste vaststelling worden niet meegenomen. De vergoeding voor het golfclublidmaatschap werd gezien als representatiekosten en niet als loonbestanddeel. Ook werd het bedrijfssparen niet als onderdeel van het maatmaninkomen erkend vanwege onvoldoende onderbouwing.
De Raad concludeerde dat appellant geen recht heeft op aanpassing van het maatmaninkomen en bevestigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd zonder aanpassing van het maatmaninkomen voor bedrijfssparen of golfclublidmaatschap.