ECLI:NL:CRVB:2008:BD1328
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn in sociale zekerheidszaak
Appellant, een voormalig ambtenaar die sinds 1987 in Spanje woont, vroeg in 1999 een uitkering aan op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Zijn aanvraag werd aanvankelijk afgewezen vanwege niet-naleving van de territorialiteitseis. Na een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen werd geoordeeld dat deze eis in strijd is met het EU-recht.
Vervolgens nam de verweerster nadere besluiten waarbij appellant alsnog een toeslag en vergoeding voor huishoudelijke hulp werd toegekend, maar geen periodieke uitkering. De Centrale Raad constateerde dat appellant met deze besluiten zijn oorspronkelijke verzoek grotendeels was toegekomen.
De Raad oordeelde dat appellant nog procesbelang had wegens de lange duur van de procedure, die ruim zeven jaar bedroeg en waarbij ruim 21 maanden aan de verweerster toe te rekenen waren. Dit leidde tot een onaanvaardbare overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Raad achtte aannemelijk dat appellant hierdoor spanning en frustratie heeft ondervonden en veroordeelde de Pensioen- en Uitkeringsraad tot een immateriële schadevergoeding van €1.000,-. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en appellant ontvangt een immateriële schadevergoeding van €1.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.