ECLI:NL:CRVB:2008:BD1436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over niet-overname prestatietoeslag wegens betalingsonmacht
Appellant werkte als metselaar en had een arbeidsovereenkomst met een vaste prestatietoeslag. In 2004 wijzigde de werkgever de toeslag afhankelijk van functioneren, wat leidde tot discussie over de rechtmatigheid van de intrekking.
Na faillissement van de werkgever nam de curator de loonvordering voorlopig erkend op, maar het UWV weigerde de vordering op de prestatietoeslag over te nemen wegens twijfel over de betalingsverplichting en het ontbreken van betalingsonmacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad oordeelt dat het UWV onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de rechtsgeldigheid van de vordering en dat de voorlopige erkenning van de curator een aanwijzing is voor de vordering.
De Raad vernietigt het besluit van het UWV en beveelt een nieuw besluit waarbij ook het verzoek om schadevergoeding en kosten wordt betrokken. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de overname van de prestatietoeslag.