ECLI:NL:CRVB:2008:BD1770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand zelfstandige wegens niet levensvatbaar bedrijf
Appellant, sinds 1994 zelfstandig tolk en vertaler, vroeg op 1 februari 2005 algemene bijstand aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het IMK bracht op 18 mei 2005 een rapport uit waarin werd geconcludeerd dat het bedrijf niet levensvatbaar was. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard wees de aanvraag bij besluit van 24 juni 2005 af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Arnhem, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep handhaafde de Raad dit oordeel. De Raad stelde vast dat appellant zijn aanvankelijk ongespecificeerde verzoek had geconcretiseerd tot een aanvraag op grond van het Bbz 2004. Volgens artikel 2 van Pro het Bbz 2004 kan bijstand alleen worden verleend aan zelfstandigen met een levensvatbaar bedrijf.
De Raad vond het advies van het IMK, dat uitging van een maximale omzet van €10.000 en een taakstellende omzet van €48.600, betrouwbaar en voldoende gemotiveerd. De stelling van appellant dat de bedrijfskosten te hoog waren ingeschat, was onvoldoende onderbouwd. Daarom was het College terecht niet bevoegd tot het verlenen van bijstand. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag algemene bijstand voor de zelfstandige is terecht afgewezen wegens het ontbreken van een levensvatbaar bedrijf.