ECLI:NL:CRVB:2008:BD1809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gebruikelijkheid en vergoeding van infiltratietechnieken bij chronische pijnklachten
Appellant ondervond langdurige nek- en rugpijn en werd behandeld door neuroloog dr. Nijs met medicatie, houdingsadviezen en infiltraties. CZ weigerde vergoeding van deze infiltraties vanaf 17 maart 2005 omdat volgens het College van Zorgverzekeringen (Cvz) deze behandeling bij chronische indicaties niet voldoende is bewezen en niet gebruikelijk is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de behandeling niet gebruikelijk was in de beroepsgroep. Appellant ging in hoger beroep en verwees naar een eerdere uitspraak van de Raad waarin werd geoordeeld dat infiltratietechnieken gebruikelijk zijn voor acute klachten of eenmalige doorbraak van chronische pijn, maar dat onderhoudsbehandeling onvoldoende is onderbouwd.
De Raad oordeelde dat CZ onvoldoende had gemotiveerd waarom de behandeling vanaf 17 juni 2005 niet vergoed zou moeten worden, mede omdat het onderscheid tussen acute en chronische klachten niet adequaat was onderbouwd. Het besluit van 10 april 2006 werd daarom vernietigd en CZ werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd CZ veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van CZ om vergoeding van infiltratietechnieken bij chronische pijnklachten te weigeren wordt vernietigd en CZ wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.