ECLI:NL:CRVB:2008:BD1868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering meerinkomen en OV-schuld na afwijzing hardheidsclausule
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar die haar beroep tegen de vordering wegens meerinkomen en de OV-schuld over het jaar 2001 ongegrond verklaarde. De IB-Groep had het bestreden besluit van 11 mei 2006, waarin de vordering en schuld werden gehandhaafd, genomen na bezwaar.
De Raad overwoog dat de hoogte van het meerinkomen niet in geschil was en dat de IB-Groep terecht afzag van toepassing van de hardheidsclausule omdat geen individuele omstandigheden van zeer bijzondere aard waren aangetoond. Appellante voerde hoge ziektekosten aan en het feit dat zij haar OV-kaart niet kon inleveren zonder definitief recht te verliezen, maar dit was onvoldoende om de gedragslijn van de IB-Groep te doorbreken.
Voorts stelde appellante dat de IB-Groep een te hoog inkomen had gehanteerd voor 2001 en latere jaren, maar dit werd niet onderbouwd en de Raad kon over de jaren na 2001 geen oordeel geven. De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd gesteld dat appellante voortvarend en uit eigen beweging de IB-Groep had moeten informeren over de overschrijding van de vrije voet en met terugwerkende kracht om stopzetting van studiefinanciering had moeten verzoeken.
De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van de aangevallen uitspraak en bevestigde deze. Er werd ook geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Janssen en leden Brand en Hilhorst-Hagen op 25 april 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vordering wegens meerinkomen en OV-schuld en wijst het beroep op de hardheidsclausule af.