ECLI:NL:CRVB:2008:BD1888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening toekenning partnertoeslag ondanks betwisting appellante
Appellante stelde in hoger beroep dat zij te goeder trouw was bij het ontvangen van een partnertoeslag, verwijzend naar onduidelijk ingevulde inkomstenverklaringen door haar partner. De rechtbank Rotterdam had echter geoordeeld dat de toeslag ten onrechte was toegekend en dat de IB-Groep bevoegd was om dit te herzien. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het standpunt van appellante geen nieuwe gezichtspunten bevatte die tot een ander oordeel konden leiden.
De Raad benadrukte dat de wet het mogelijk maakt om onjuiste beslissingen te herstellen, vooral wanneer het partnerformulier niet eenduidig is ingevuld. Hoewel de Raad niet aannam dat appellante niet te goeder trouw was, kon dit haar niet beschermen tegen de herziening van de toeslag. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenvergoeding.
De uitspraak bevestigt daarmee de bevoegdheid van de IB-Groep om onjuiste toekenningen te corrigeren en onderstreept het belang van correcte en eenduidige gegevensverstrekking bij toeslagen.
Uitkomst: De herziening van de partnertoeslag wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt afgewezen.