ECLI:NL:CRVB:2008:BD1923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Voldoende aannemelijk gemaakt dat betrokkene uitwonend was in studiefinancieringsperiode
Betrokkene ontving studiefinanciering als uitwonende student vanaf oktober 2004. De Informatie Beheer Groep (appellante) wijzigde deze beurs later naar een thuiswonendenbeurs over de periode oktober 2004 tot december 2005, wat leidde tot een terugvordering van teveel ontvangen toelage.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond voor de periode november 2004 tot juli 2005, maar ongegrond voor de periode augustus tot december 2005. Betrokkene ging in hoger beroep tegen het gedeelte dat betrekking had op augustus tot december 2005.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat betrokkene voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in die periode uitwonend was. Dit werd onder meer gebaseerd op het ontbreken van inschrijving bij zijn ouders, een verklaring van zijn zus, bankafschriften die gebruik van betaalautomaten in Maastricht aantonen, en de aanzienlijke reisafstand tussen het ouderlijk huis en de school.
De Raad oordeelde dat de omzetting van de beurs voor de periode augustus tot december 2005 niet gerechtvaardigd was en bevestigde de vernietiging van het besluit op bezwaar voor dat deel. Tevens werd een griffierecht van € 428,- opgelegd aan de Informatie Beheer Groep.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de periode augustus tot december 2005 uitwonend was, waardoor het besluit tot omzetting van de beurs onterecht was.