ECLI:NL:CRVB:2008:BD1956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. de Mooij
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens verblijf in het buitenland
Appellant, geboren in 1940, kreeg een AOW-pensioen toegekend met een korting van 2% omdat hij ruim een jaar in de Verenigde Staten woonde. Hij betwistte deze korting en voerde aan dat hij gedurende 49 jaar premie betaalde en dat de korting onbillijk en in strijd met het gelijkheidsbeginsel is.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de korting in overeenstemming is met de AOW-wetgeving en dat de rechter niet bevoegd is om de innerlijke waarde of billijkheid van de wet te toetsen. De Raad volgde de vaste rechtspraak dat artikel 120 Grondwet Pro een toetsing van wetten aan algemene rechtsbeginselen verbiedt.
Appellants beroep op het gelijkheidsbeginsel en discriminatieverboden uit het IVBPR werd eveneens verworpen. Het verblijf in het buitenland leidde ertoe dat appellant niet verzekerd was voor de AOW, in tegenstelling tot ingezetenen. De mogelijkheid tot vrijwillige verzekering tijdens het verblijf werd niet benut.
Gelet op deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Centrale Raad zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De korting van 2% op het AOW-pensioen wegens verblijf in het buitenland wordt bevestigd.