ECLI:NL:CRVB:2008:BD2065

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-2663 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens benutbare arbeidsmogelijkheden

Appellant ging in hoger beroep tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering door het UWV, welke door de rechtbank Rotterdam was bevestigd. De rechtbank had geoordeeld dat het onderzoek door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was en dat appellant voldoende benutbare mogelijkheden tot arbeid had, mede op basis van informatie van de behandelende longarts.

In hoger beroep stelde appellant dat hij ernstige longklachten heeft en dat geen onderzoek door een onafhankelijke longarts was verricht. De Raad oordeelde dat de aangevoerde argumenten geen nieuwe gezichtspunten bevatten en dat er voldoende medische informatie in het dossier aanwezig was, waaronder rapporten van een longarts en allergoloog, die door de verzekeringsartsen waren betrokken bij hun oordeel.

De Raad zag daarom geen aanleiding voor nader onderzoek door een onafhankelijke longarts. Appellant erkende ter zitting dat er geen bezwaren waren tegen de aan de schatting ten grondslag gelegde functies volgens de Functionele Mogelijkheden Lijst. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.

Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant over voldoende benutbare arbeidsmogelijkheden beschikt.

Uitspraak

06/2663 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 maart 2006, 05/5160 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 9 mei 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 maart 2008. Appellant is verschenen bij gemachtigde, mr. Kuit. Het Uwv was niet vertegenwoordigd.
II. OVERWEGINGEN
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellant tegen het besluit van het Uwv van 14 september 2005, waarbij is gehandhaafd het besluit van 16 maart 2005 tot intrekking van de WAO-uitkering van appellant per 12 mei 2005. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het onderzoek van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was. De conclusie dat appellant benutbare mogelijkheden heeft is onder meer gebaseerd op informatie van de behandelende longarts. Hetgeen appellant in beroep heeft aangevoerd, heeft de rechtbank geen reden gegeven de juistheid van het medische oordeel in twijfel te trekken. De in de voorgehouden functies voorkomende belasting overschrijdt appellants mogelijkheden om te functioneren niet.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij ernstige longklachten heeft. Ten onrechte is geen onderzoek verricht door een onafhankelijke longarts. Hij is niet in staat de hem voorgehouden functies te verrichten.
Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. De Raad voegt daar nog het volgende aan toe. In het dossier is informatie van de longarts aanwezig over de periode van 1999 tot eind 2004. Voorts is een tweetal brieven van de allergoloog in het dossier aanwezig waarin de longproblemen van appellant aan de orde komen. De (bezwaar)verzekeringsarts heeft deze informatie bij zijn oordeel betrokken. Gelet hierop ziet de Raad geen reden voor een nader onderzoek door een onafhankelijke longarts.
Appellant heeft ter zitting aangegeven dat, indien wordt uitgegaan van de juistheid van de Functionele Mogelijkheden Lijst, tegen de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geen afzonderlijke bezwaren bestaan. Gelet hierop behoeven die functies geen aparte bespreking.
Het hoger beroep slaagt niet, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2008.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) M.C.T.M. Sonderegger.
JL