ECLI:NL:CRVB:2008:BD2258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- K. Zeilemaker
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Zutphen herzag het recht op bijstand en trok deze in over de periode 1987 tot en met 2004 vanwege het bezit van onroerend goed in Turkije dat niet was gemeld. Tevens werd de bijstand teruggevorderd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College ten onrechte het recht op bijstand over periode 2 (21 november 1997 tot 15 augustus 2002) niet kon vaststellen op basis van een taxatie en het bezit van onroerend goed. De verkoop van het woongebouw in 1997 en het ontbreken van ander onroerend goed in die periode maken de intrekking onjuist. Over periode 3 (15 augustus 2002 tot 31 december 2004) is het bezit van een woning en landbouwgrond in Turkije vastgesteld, maar de eigendom van de woning was onduidelijk.
De Raad vernietigt het besluit van 17 november 2005 voor zover het de intrekking over periodes 1 en 2 betreft, maar laat de intrekking over periode 1 in stand vanwege overschrijding van de vermogensgrens. Het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over periode 2 en de terugvordering. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt gedeeltelijk vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.