ECLI:NL:CRVB:2008:BD2358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- K. Zeilemaker
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand onterecht wegens onredelijk huisbezoek en onvoldoende onderbouwing
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en werd onderworpen aan een herbeoordeling van zijn woonsituatie. Na een gesprek op 30 november 2005 stelde het College een huisbezoek voor om te verifiëren of appellant daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde. Dit huisbezoek kon niet doorgaan omdat de hoofdbewoner geen toestemming gaf. Het College trok daarop de bijstand met ingang van 30 november 2005 in wegens het niet meewerken aan het huisbezoek.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat het College geen redelijke grond had om een huisbezoek te verrichten, aangezien er geen concrete aanwijzingen waren die twijfel konden rechtvaardigen over de juistheid van de verstrekte woongegevens. Bovendien had het College de verschuldigdheid en betaling van huur op een minder belastende wijze kunnen nagaan, bijvoorbeeld door de hoofdbewoner te horen.
De Raad vernietigde het besluit tot intrekking van de bijstand en het daarop gebaseerde bezwaarbesluit. Tevens veroordeelde de Raad de gemeente Zoetermeer tot het betalen van wettelijke rente over de niet tijdig betaalde bijstand vanaf 30 november 2005 en tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Hiermee werd het hoger beroep van appellant gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd met toekenning van schadevergoeding en kostenvergoeding aan appellant.