ECLI:NL:CRVB:2008:BD2363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- K. Zeilemaker
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden
Appellanten ontvingen sinds 2001 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van een vermoeden van niet gemelde werkzaamheden voor een shoarmazaak heeft de Sociale Recherche een onderzoek uitgevoerd. Het College concludeerde dat appellanten de inlichtingenverplichting schonden door het niet melden van deze werkzaamheden en trok de bijstand per 1 juni 2005 in, met terugvordering van kosten over de periode 4 mei 2004 tot 31 mei 2005.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten onder meer dat een getuige niet was gehoord. De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht geen gebruik maakte van de bevoegdheid om de getuige alsnog te horen, gezien het tijdstip en de beschikbare stukken.
De Raad stelde vast dat de werkzaamheden van appellant verder gingen dan hand- en spandiensten en economische, op geld waardeerbare werkzaamheden betroffen, zoals administratie, onderhandelingen en advisering bij verbouwing. Appellanten konden het rapport en de verklaringen niet ontkrachten. Hierdoor was het College bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen conform de beleidsregels. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.