ECLI:NL:CRVB:2008:BD2398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WW-uitkering wegens onvoldoende onderzoek passendheid aangeboden arbeid
Appellant was sinds januari 1990 in dienst bij een werkgever en werkte als salesmanager. In november 2005 werd hij uit deze functie ontheven en werden hem de functies van saneringscoördinator en medewerker inkoop aangeboden, welke hij weigerde. Het UWV weigerde daarop zijn WW-uitkering op grond van artikel 24 van Pro de WW, omdat appellant passende arbeid zou hebben nagelaten te aanvaarden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat de aangeboden arbeid passend was. In hoger beroep stelt appellant dat de aangeboden functies niet passend waren en dat hij deze in redelijkheid mocht weigeren. De Raad stelt vast dat het dossier geen concrete omschrijving bevat van de aangeboden functies, noch informatie over de omvang van de werkzaamheden, werkervaring of opleiding van appellant.
De Raad oordeelt dat het UWV in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb heeft gehandeld door geen onderzoek te verrichten naar de passendheid van de functies alvorens het besluit te nemen. De eenzijdige informatie van appellant over de functies is onvoldoende om te kunnen beoordelen of de arbeid passend is. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt het UWV opgedragen opnieuw te beslissen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en het UWV dient opnieuw te beslissen.