ECLI:NL:CRVB:2008:BD2698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- K. Zeilemaker
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit dubbele verlaging bijstandsnorm wegens woningdeling en geen woonlasten
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met een toeslag van 10% wegens woningdeling. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Millingen aan de Rijn heeft de norm per 1 september 2005 verlaagd met 18% van de gehuwdennorm, omdat appellant inwonend was bij zijn moeder en geen woonlasten had. Dit leidde tot een dubbele verlaging van de norm.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant tegen deze verlaging ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het College onredelijk had gehandeld door onverkort toepassing te geven aan de gemeentelijke verordening, waardoor hij feitelijk dubbel werd gekort.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat hij daadwerkelijk huurlasten heeft, en dat het College terecht uitging van het ontbreken van woonlasten. Echter, het College heeft onvoldoende rekening gehouden met het cumulatieve effect van de dubbele verlaging, wat in strijd is met de verplichting tot afstemming van bijstand op de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende zoals neergelegd in artikel 18 WWB Pro.
De Raad vernietigt daarom het besluit van 6 juni 2006 voor zover het de verlaging van 18% betreft, verklaart het beroep gegrond en draagt het College op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de bijstandsnorm met 18% wegens het ontbreken van woonlasten wordt vernietigd vanwege onredelijke dubbele verlaging.