ECLI:NL:CRVB:2008:BD2700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en toekenning hogere WAO-uitkering met proceskostenvergoeding
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarin zijn WAO-uitkering was vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep wijzigde het UWV haar standpunt na nader arbeidskundig onderzoek en besloot de WAO-uitkering te baseren op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% met ingang van 26 maart 2004.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV met het nieuwe besluit geheel tegemoet was gekomen aan de bezwaren van appellant, waardoor het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank moesten worden vernietigd. Tevens werd vastgesteld dat er geen sprake was van overschrijding van de redelijke beslistermijn volgens artikel 6 EVRM Pro, zodat geen immateriële schadevergoeding werd toegekend.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de door appellant gemaakte proceskosten in zowel eerste aanleg als hoger beroep en tot betaling van wettelijke rente over de vertraagde WAO-uitkering. De rentevergoeding werd berekend vanaf 1 april 2004 tot de dag van volledige voldoening, met jaarlijkse samenstelling van rente.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van schade en proceskosten.