ECLI:NL:CRVB:2008:BD2897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid UWV tot oproepen voor heronderzoek arbeidsongeschiktheid niet in strijd met détournement de pouvoir
In deze zaak stond centraal of het UWV bevoegd was appellant op te roepen voor een heronderzoek naar de mate van zijn arbeidsongeschiktheid. Appellant had bezwaar gemaakt tegen de herziening van zijn WAO-uitkering en stelde dat het oproepen in strijd was met het verbod van détournement de pouvoir omdat hij niet definitief naar het buitenland zou vertrekken.
De rechtbank Maastricht oordeelde dat het UWV niet onrechtmatig had gehandeld door appellant op te roepen en vernietigde het besluit dat de bezwaren ongegrond verklaarde. Het UWV stelde vervolgens een nieuw besluit vast met een aangepaste mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat het UWV op grond van artikel 23 WAO Pro bevoegd is om personen die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen op te roepen voor heronderzoek. De Raad verwierp het beroep van appellant dat het UWV deze bevoegdheid had misbruikt (détournement de pouvoir) en oordeelde dat het handelen van het UWV niet in strijd was met de redelijkheid, ook niet gezien het verzoek van appellant om langdurig verblijf in het buitenland.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Daarmee is het besluit van het UWV dat de mate van arbeidsongeschiktheid vaststelt rechtsgeldig gebleven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV is bevoegd appellant op te roepen voor heronderzoek arbeidsongeschiktheid.