ECLI:NL:CRVB:2008:BD2915
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verstrekking bijstand als geldlening en vestiging krediethypotheek bij overwaarde eigen woning
Verzoekster ontvangt sinds 1986 bijstand, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College stelde vast dat de overwaarde van haar eigen woning aanleiding gaf om de bijstand vanaf 1 maart 2006 te verstrekken als geldlening, met vestiging van een krediethypotheek. Verzoekster betoogde dat de WWB dit niet toestaat nadat jarenlang onder de Algemene bijstandswet geen krediethypotheek was gevestigd, ondanks overwaarde.
De voorzieningenrechter oordeelt dat artikel 50 van Pro de WWB ook bij herbeoordeling het toetsingskader vormt voor de vorm van bijstand. De vrijstelling van arbeidsverplichtingen leidt niet tot uitsluiting van de WWB. Het College heeft de geldlening terecht vastgesteld en mocht de krediethypotheek vestigen als zekerheid voor rente- en aflossingsverplichtingen.
Verzoeksters argument dat de hypotheekvestiging voortkomt uit veranderingen in haar woonomgeving wordt door het College gemotiveerd betwist, en er is geen aanwijzing dat het College het instrumentarium van de WWB voor een ander doel gebruikte. Het hoger beroep slaagt niet, de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de rechtbankuitspraak bevestigd.