ECLI:NL:CRVB:2011:BP1421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging bijstandsverlening naar krediethypotheek na waardestijging woning
Appellant ontvangt sinds 1998 bijstand en woont in een woning die hij in 1977 kocht. Na een waardestijging van de woning in 2005 stelde het College de bijstandsverlening vanaf 1 juli 2007 om in de vorm van een geldlening onder verband van krediethypotheek. Appellant maakte bezwaar tegen deze wijziging, stellende dat hij al eerder krediet had opgenomen en dat geen wijziging van omstandigheden was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Hij voerde aan dat het College geen beleid voert op dit punt, dat de herbeoordeling in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel en dat het vermogen niet opnieuw vastgesteld had mogen worden.
De Raad oordeelde dat artikel 50 van Pro de WWB een gebonden bevoegdheid aan het College geeft om de vorm van bijstand te wijzigen bij waardestijging van de woning. Het College was gehouden het vermogen opnieuw vast te stellen en de bijstand om te zetten in een geldlening. Het vertrouwensbeginsel faalt omdat appellant geen ondubbelzinnige toezegging kon aantonen. Ook het opleggen van hypothecaire zekerheid was terecht.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de wijziging van de bijstand naar een geldlening onder verband van krediethypotheek bevestigd.