ECLI:NL:CRVB:2008:BD3338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WW-uitkering wegens niet-horen appellant
Appellant ontving een WW-uitkering die werd beëindigd vanwege een WAO-uitkering. Na diverse herzieningen en verlagingen van de WAO-uitkering besloot het UWV de WW-uitkering voort te zetten vanaf 21 september 2004. Appellant stelde bezwaar tegen dit besluit en klaagde dat hij niet in bezwaar was gehoord.
De Raad oordeelde dat appellant ten onrechte niet was uitgenodigd voor een hoorzitting, omdat telefonisch contact niet kon worden gezien als afstand van het recht op horen. Hierdoor werd het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Desondanks bepaalde de Raad dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit volledig in stand blijven. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant. Verder wees de Raad het verzoek van appellant af om de WAO-uitkering naar 80-100% arbeidsongeschiktheid toe te kennen, aangezien deze was verlaagd naar 65-80%.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens niet-horen van appellant, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.