ECLI:NL:CRVB:2008:BD3462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en toepassing artikel 30 WAO bij mogelijke schizofrenie
Appellant, werkzaam als productiemedewerker via uitzendbureaus, viel in 1989 wegens gezondheidsklachten uit en keerde terug naar Marokko, waar hij een WAO-uitkering aanvroeg. Het UWV weigerde de uitkering omdat volgens hen arbeidsongeschiktheid binnen een halfjaar na aanvang van de verzekering te verwachten was, gebaseerd op een psychiatrisch beeld van schizofrenie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het UWV onvoldoende belangenafweging en beleidscriteria had toegepast bij de discretionaire bevoegdheid onder artikel 30 WAO Pro. Het UWV nam een nieuw besluit dat opnieuw werd afgewezen.
De Raad oordeelt dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 30 WAO Pro omdat niet vaststaat dat de gezondheidstoestand bij aanvang van de verzekering een arbeidsongeschiktheid binnen een halfjaar rechtvaardigde. Rapporten van deskundigen tonen aan dat de schizofrenie pas later duidelijk werd en eerdere klachten niet direct wijzen op een te verwachten arbeidsongeschiktheid.
De Raad bevestigt dat het besluit op bezwaar in strijd is met artikel 7:12 Awb Pro is genomen en vernietigt het besluit van 24 augustus 2005. Het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met vergoeding van proceskosten aan appellant.