ECLI:NL:CRVB:2008:BD3467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering met instandhouding rechtsgevolgen
De zaak betreft het hoger beroep van betrokkene tegen het besluit van het UWV tot intrekking van zijn WAO-uitkering per 15 juni 2005. De rechtbank Breda had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het arbeidskundige gedeelte van het besluit vernietigd vanwege onvoldoende voorbereiding en motivering. Het UWV en betrokkene verschenen niet bij de zitting van de Raad.
Betrokkene voerde in hoger beroep aan dat ook de medische grondslag van het besluit gebreken vertoonde, maar dit werd door de Raad als herhaling van eerdere grieven beoordeeld en verworpen. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank dat de medische beoordeling deugdelijk was.
De Raad oordeelde dat het arbeidskundige deel van een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling geen zelfstandig deelbesluit is en daarom niet vernietigd kan worden zonder het gehele besluit aan te tasten. Het UWV erkende dat het besluit niet rechtmatig was, maar stelde dat de rechtsgevolgen in stand konden blijven omdat een latere rapportage voldoende toelichtte dat de voorgehouden functies geschikt zijn.
De Raad volgde het UWV in deze zienswijze en vernietigde het besluit formeel, maar liet de rechtsgevolgen volledig in stand. Het verzoek van betrokkene tot schadevergoeding werd afgewezen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan betrokkene.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.