ECLI:NL:CRVB:2008:BD3469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling beperkingen bij lymphe-oedeem en vermoeidheidsklachten
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering door het Uwv, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 15 tot 25% in plaats van 80% of meer. Zij stelde dat haar vermoeidheidsklachten en beperkingen door lymphe-oedeem onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders.
De Raad stelde vast dat de medische beoordeling, inclusief rapporten van behandelaars en bezwaarverzekeringsarts, de beperkingen adequaat in kaart brachten. De klachten van vermoeidheid en longproblemen waren volgens de Raad voldoende meegenomen. Wel concludeerde de Raad dat de arbeidskundige beoordeling onvoldoende toelichting gaf op de belasting van de voorgehouden functies in relatie tot de beperkingen van appellante.
Daarom vernietigde de Raad het besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand volgens artikel 8:72 lid 3 Awb Pro. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht wordt vergoed. Hiermee werd de procedure deels in het voordeel van appellante beslist, zonder dat de uitkering werd verhoogd.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.