ECLI:NL:CRVB:2008:BD3534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Herziening en matiging van maatregel wegens niet verlengen inschrijving werkzoekende WW-uitkering
Betrokkene werd vanaf 21 september 2004 werkloos en ontving een loongerelateerde WW-uitkering tot 21 september 2009. Hij registreerde zich als werkzoekende bij het CWI tot 30 november 2004, maar verlengde deze registratie niet. Op werkbriefjes vulde hij ten onrechte een einddatum in die samenviel met de maximale uitkeringsduur.
Het UWV constateerde dit in juni 2006 en legde een korting van 20% op de WW-uitkering gedurende 52 weken op, met terugvordering van te veel betaalde uitkering. Na bezwaar matigde het UWV de korting naar 10% en halveerde de terugvordering. De rechtbank vernietigde dit besluit echter, omdat de verplichting tot verlenging niet expliciet in de bijlage bij de toekenning stond en betrokkene daarom niet verweten kon worden zijn inschrijving niet te verlengen.
De Raad oordeelt dat betrokkene wel degelijk wist of had moeten weten dat hij zijn inschrijving tijdig moest verlengen, mede door de verstrekte brochure en de werkbriefjes. Tegelijkertijd erkent de Raad dat het UWV nalatig was in het controleren van de werkbriefjes, waardoor de fout lang onopgemerkt bleef. Daarom is de opgelegde maatregel niet proportioneel en moet het UWV een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Raad legt een griffierecht van € 428,-- op aan het UWV.
Uitkomst: De maatregel wegens niet verlengen inschrijving werkzoekende wordt gematigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.