ECLI:NL:CRVB:2008:BD3715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellant ontving sinds 1989 bijstand als alleenstaande en werd door het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage op grond van vermoedens van gezamenlijke huishouding met zijn ex-echtgenote op een ander adres vanaf 1 september 2005 van bijstand uitgesloten. Na onderzoek en observaties concludeerde het College dat appellant en [A.] een gezamenlijke huishouding voerden, hetgeen niet aan het College was gemeld.
Het College trok de bijstand in en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn verblijf op het adres van [A.] tijdelijk was vanwege medische redenen en dat hij daarom geen melding hoefde te doen.
De Raad oordeelde dat het College appellant niet had geconfronteerd met de vaststelling van het hoofdverblijf en hem geen gelegenheid had gegeven om nadere uitleg te geven over de omstandigheden van het hoofdverblijf. Hierdoor kon het College niet op grond van de niet-gemelde gezamenlijke huishouding de bijstand intrekken. De Raad vernietigde het bestreden besluit en het primaire intrekkingsbesluit en veroordeelde het College in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt herroepen omdat appellant niet correct is geconfronteerd met de vaststelling van gezamenlijke huishouding.