ECLI:NL:CRVB:2008:BD3717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-uitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellant ontving vanaf oktober 1998 een AOW-uitkering berekend als alleenstaande. De Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde een onderzoek in naar zijn woon- en leefsituatie, waarbij bleek dat appellant vanaf augustus 2000 tot april 2001 en vanaf maart 2002 een gezamenlijke huishouding voerde met [K.].
De Svb herzag daarop de AOW-uitkering en berekende deze op basis van het gehuwdennormbedrag. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant dit oordeel.
De Raad oordeelde dat appellant en [K.] objectief gezien aan de criteria van gezamenlijke huishouding voldeden, gebaseerd op een huisbezoek, een ondertekende checklist en gedeelde kosten en verzorging. Subjectieve beleving van appellant en verklaringen over latere perioden waren onvoldoende om dit te weerleggen.
De Raad bevestigde het herzieningsbesluit en wees het hoger beroep af, waarbij werd vastgesteld dat de Svb terecht het pensioen heeft aangepast volgens de gehuwdennorm. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant een gezamenlijke huishouding voerde en wijzigt de AOW-uitkering dienovereenkomstig.