ECLI:NL:CRVB:2008:BD3722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Verhoging WAO-uitkering bij toename arbeidsongeschiktheid door indirect gevolg bedrijfsongeval
Appellant, werkzaam als lakker/controleur, raakte arbeidsongeschikt door een bedrijfsongeval met een vorkheftruck waarbij zijn linker voet werd verwond. Vanaf 1 augustus 2002 ontving hij een WAO-uitkering wegens voetklachten. Later ontstonden rugklachten die volgens het UWV een andere ziekteoorzaak zouden hebben en niet direct verband hielden met het ongeval.
Appellant stelde dat de rugklachten voortvloeiden uit hetzelfde ongeval, doordat een veranderd bewegingspatroon door de voetklachten de rug belastte. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er voldoende causaal verband is tussen de voet- en rugklachten, waardoor artikel 39a, eerste lid, WAO (verkorte wachttijd) van toepassing is.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen na een nieuwe medische en arbeidskundige beoordeling per 29 december 2003. Vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen wegens onvoldoende inzicht in renteschade. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van het causaal verband tussen voet- en rugklachten.