ECLI:NL:CRVB:2008:BD3724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand fitnesskosten wegens ondeugdelijke motivering
Appellant vroeg bijzondere bijstand voor de kosten van fitness over 2006, welke het College Rotterdam afwees. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het College onvoldoende duidelijkheid gaf over de motivering van het besluit, waardoor het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd en vernietigd moest worden.
De Raad overwoog dat fitnesskosten niet onder een voorliggende voorziening vallen en dat appellant een medische indicatie had voor fitness, waardoor de kosten noodzakelijk zijn. Echter, deze kosten worden geacht tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan te behoren en kunnen daarom niet worden vergoed als bijzondere bijstand uit bijzondere omstandigheden.
De Raad bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat de afwijzing op grond van artikel 35, eerste lid, WWB gerechtvaardigd is. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor fitnesskosten wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.