ECLI:NL:CRVB:2008:BD3871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gemiddeld aantal arbeidsuren per week bij WW-uitkering ondanks ATV-uren
Appellante was werkzaam bij een werkgever met een arbeidsovereenkomst van 28 uur per week verdeeld over vier dagen en recht op 5% ATV-uren per jaar. Het UWV stelde bij besluit het gemiddeld aantal arbeidsuren per week voor de WW-uitkering vast op 26,60, waarbij de ATV-uren volgens het Besluit gelijkstelling niet gewerkte uren met gewerkte uren als gelijkelijk over het jaar verdeeld werden beschouwd.
Appellante maakte bezwaar tegen deze vaststelling en voerde aan dat de ATV-uren als daadwerkelijk gewerkte uren moesten worden aangemerkt omdat zij geen ATV-dagen had opgenomen in de voorafgaande 26 weken. Tevens vorderde zij vergoeding van gemaakte kosten voor rechtsbijstand.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees de proceskostenvergoeding af, omdat het bezwaar niet leidde tot herroeping van het primaire besluit. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel volledig, oordeelde dat het UWV terecht het gemiddeld aantal arbeidsuren op 26,60 had vastgesteld en dat appellante geen recht had op proceskostenvergoeding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het gemiddeld aantal arbeidsuren per week op 26,60 wordt bevestigd zonder toekenning van proceskostenvergoeding.