ECLI:NL:CRVB:2008:BD4156
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld
Appellante diende in september 2003 een aanvraag in om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar ervaringen tijdens de Duitse bezetting in Rotterdam. Zij verwees naar schuilkelders, razzia's, verborgen personen en het zien van fusillades en bombardementen. Verweerster wees de aanvraag af wegens onvoldoende bevestiging van directe betrokkenheid bij fusillades en bombardementen.
Appellante verzocht herziening, welke werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. In een eerdere procedure werd vastgesteld dat de door appellante genoemde fusillades niet overeenkomen met gedocumenteerde locaties en dat getuigenverklaringen niet overtuigend waren. In november 2006 diende appellante opnieuw een verzoek in, dat eveneens werd afgewezen.
De Raad overwoog dat herziening discretionair is en terughoudend getoetst wordt. De primaire voorwaarde voor erkenning is directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld. Appellante bracht geen nieuwe feiten aan en herhaalde eerdere stellingen. Objectieve bevestiging van de fusillades ontbrak, en eigen verklaringen zonder ondersteunend bewijs zijn onvoldoende. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer blijft in stand.