ECLI:NL:CRVB:2012:BY4645
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burgeroorlogsslachtoffer en toekenning uitkering Wubo
Appellant, geboren in Nederlands-Indië, verzocht in 1994 om erkenning als burgeroorlogsslachtoffer en een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). De aanvraag werd destijds afgewezen omdat niet was gebleken dat appellant direct getroffen was door de in de wet bedoelde gebeurtenissen.
Na meerdere verzoeken om herziening, waarin appellant aanvullende omstandigheden aanvoerde zoals vlucht voor Pemoeda’s, bedreigingen en discriminatie, bleef verweerder bij de afwijzing. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende feiten of omstandigheden had aangevoerd die directe betrokkenheid bij de oorlogshandelingen aannemelijk maakten.
De Raad benadrukte dat eigen verklaringen zonder objectieve ondersteuning onvoldoende zijn en dat algemene oorlogsomstandigheden zoals het zien van lichamen of discriminatie niet leiden tot erkenning. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag om erkenning als burgeroorlogsslachtoffer en toekenning van een periodieke uitkering wordt ongegrond verklaard.