ECLI:NL:CRVB:2008:BD4283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van WAO wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht op 2 februari 2004 om herziening van de mate van arbeidsongeschiktheid per 23 september 1991. Het UWV weigerde dit bij besluit van 5 oktober 2004, omdat appellant vanaf 4 mei 1991 niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt was geweest. Dit besluit verwees naar een eerdere, in rechte vaststaande beslissing van 6 november 1991.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, maar dit werd op 18 augustus 2005 ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze beslissing op 4 mei 2006, stellende dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die herziening rechtvaardigen. Medische rapporten, waaronder van prof. De Jong, toonden geen nieuwe feiten aan. Ook werd gewezen op eerdere deskundigenrapporten en procedures.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat ook de in hoger beroep ingebrachte medische rapportages geen nieuwe feiten bevatten en dat het UWV terecht niet terugkwam op het besluit van 6 november 1991. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat geen toepassing kon worden gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. De beslissing werd op 6 juni 2008 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de eerdere WAO-beslissing te herzien wegens het ontbreken van nieuwe feiten.