ECLI:NL:CRVB:2008:BD4308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), maar het UWV weigerde deze omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn per 4 september 2003. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit gegrond en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen.
Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit op bezwaar van 24 juli 2006, waarin de bezwaren opnieuw ongegrond werden verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef. Appellant stelde dat het UWV ten onrechte geen bloedonderzoek had laten uitvoeren en dat er sprake was van een psychische beperking die niet was erkend.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van een bloedonderzoek niet van invloed was op de vaststelling van de medische beperkingen en dat er onvoldoende medische gegevens waren om een psychische beperking aan te nemen. De Raad bevestigde dat de medische beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) juist waren en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV tot weigering van de WAZ-uitkering wordt ongegrond verklaard.