ECLI:NL:CRVB:2008:BD4439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WAO-uitkering na beoordeling medische beperkingen en passende functies
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 26 januari 2005 te beëindigen. Zij stelde dat haar medische beperkingen onderschat waren en dat zij niet in staat was de voorgehouden functies te vervullen. Ter onderbouwing verwees zij naar medische rapporten van haar bedrijfsarts, huisarts en een cardioloog.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad acht de medische gegevens, waaronder de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 21 september 2004 en de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en kindercardioloog, voldoende om te concluderen dat appellante op de datum in geding niet volledig arbeidsongeschikt is.
De aangevoerde medische rapporten van de bedrijfsarts en huisarts boden geen nieuwe inzichten die tot een ander oordeel konden leiden. Ook de cardioloog concludeerde dat de conditie van appellante was verbeterd na een ingreep in december 2003. De Raad achtte de voorgehouden functies passend en zag geen aanleiding het besluit van het UWV te wijzigen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 6 juni 2008 door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAO-uitkering per 26 januari 2005 wegens voldoende arbeidsgeschiktheid.