ECLI:NL:CRVB:2008:BD4678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde WW-inkomsten
Appellante ontving bijstand van oktober 1998 tot juni 2002. Naar aanleiding van een signaal van de belastingdienst stelde de gemeente Maastricht een onderzoek in dat leidde tot herziening en terugvordering van bijstand over februari tot april 2002 wegens niet gemelde WW-inkomsten.
De rechtbank had het beroep van appellante uitsluitend beoordeeld ten aanzien van de terugvordering, niet over de herziening van de bijstand, wat in strijd was met de Awb. De Centrale Raad vernietigt daarom de uitspraak en beoordeelt het beroep zelf.
De Raad stelt vast dat appellante WW-uitkeringen ontving in februari tot april 2002 zonder volledige melding te maken in de periodieke verklaringen, waarmee zij haar inlichtingenverplichting schond. Het College was bevoegd de bijstand te herzien en de teveel betaalde bedragen terug te vorderen.
De Raad oordeelt dat het College terecht gebruik heeft gemaakt van deze bevoegdheid en ziet geen reden om af te zien van terugvordering. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van bijstand wegens niet gemelde WW-inkomsten wordt ongegrond verklaard.